Even lekker weg in Appelscha? Dan wilt u natuurlijk wel weten wat er in het dorp en in de omgeving te doen is. Hier leest u meer over de wijdere omgeving van Appelscha en hieronder kunt u meer vinden over het dorp zelf en de geschiedenis.

Appelscha: wat is er te doen?

Appelscha ligt in een bosrijke omgeving waarin u uitstekend tot rust kunt komen. Maar ook voor iedereen die lekker wat wil ondernemen tijdens de vakantie, is er van alles te doen. Hieronder hebben wij de hoogtepunten van Appelscha zelf voor u op een rijtje gezet:

  • Centraal gelegen op de grens van Friesland en Drenthe
  • Fietsen en wandelen in het Drents-Friese Wold
  • Bezoek een voorstelling in openluchttheather “De Koele”
  • Neem een duik in Bosbad Appelscha
  • Beleef een actieve dag bij Appelscha Outdoor
  • Ontdek het Quality Golf Resort De Hildenberg
  • Bezoek het Midgetgolfpark Friesland

Hoe is het dorp ontstaan?

Appelscha, in een ver verleden ook wel Appelsche genoemd, is een dorp in Stellingwerf-Oosteinde met een rijke geschiedenis. Appelscha bestond uit de nederzetting rond de Boerestreek en de buurtschappen Aekinga, Terwisscha en De Bult, met in hun midden de Trefkerk, zoals hij later genoemd werd, bereikbaar via de aloude kerkepaden. In 1247 werd deze kerkgemeenschap al genoemd!

Eeuwenlang was Appelscha een kleine boerengemeenschap, ingeklemd tussen de droge zandige heide en het schier eindeloze natte veen, toen nog de Appelschaster- en Fochteloër venen genaamd. Samen met de boeren van ‘de Fochtel’ werden rond 1450 leidijken aangelegd om het zure lekwater uit dat veen en hun akkers te weren.

Het graven van de vaart maakte de turf bereikbaar en leverde later landbouwgrond op. Maar de komst van duizenden Friese turfstekers zorgde vanaf 1827 voor veel commotie. De sociale-, woon- en voedselsituatie was ronduit slecht. Veel van die arbeiders gingen op of bij het af te graven veen wonen op de plaats waar nu het dorp Ravenswoud ligt, hetgeen de turfstekers de lange mars vanaf de Boerestreek bespaarde.

Het zand ten Zuiden van het dorp ging stuiven, waardoor de akkers van de boeren onderstoven. Staatsbosbeheer begon daarom rond 1900 met de aanplant van bos. Daaraan danken we nu nog dat bos en duin bijna tot aan de Boerestreek doorlopen. Het trok veel toerisme en Appelscha werd in heel Nederland beroemd om zijn natuurschoon.

Rond 1890 bracht de turf minder op door de komst van de steenkool. Dat was het begin van een roerige periode met veel stakingen, met als tragisch hoogte punt het hongeroproer van 1893. De stakers werd moed ingesproken door Domela Nieuwenhuis. Later had Pieter Jelles Troelstra ook grote invloed. Van lieverlee werden de turfstekers boerenarbeiders. Ook mochten ze ’s winters in de bossen van de Reserve Kas werken, een soort sociale instelling.

In 1922 werd het Friesch Volkssanatorium uit Joure naar Appelscha overgeplaatst. Vele duizenden patiënten wachtten hier jarenlang op hun genezing. De vereniging “Beatrixoord” telt nu nog 30.000 leden.

Zo heeft door de jaren heen bijna elke vierkante meter van Appelscha, Ravenswoud, Fochteloo en Langedijke wel een stukje geschiedenis voortgebracht: een geschiedenis die waard is om bewaard te worden voor het nageslacht.